![]() |
Seizoen 2010-2011 Samenwerking
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Rotterdam uit, altijd lastig, maar nu helemaal Het was een bizarre opstelling dit keer tegen Rotterdam. Niet alleen was er ook Bundesliga, waardoor we Sipke Ernst en Jan Werle misten, maar studiedagen, werk en een familiefeest gooiden verder roet in het eten. De normale reactie om spelers uit het tweede te laten doorschuiven was ook geen optie, omdat het tweede een belangrijke wedstrijd moest spelen. Daarom traden we in Rotterdam aan met 5 meesterklassers en 5 invallers van duidelijk minder allooi. Uiteraard is het de bedoeling deze situaties zo veel mogelijk te vermijden, maar het was nu even niet anders. Naar verluid vallen komend seizoen de Bundesligadata en de KNSB-data niet meer samen, zodat we de krachten weer over het hele seizoen kunnen spreiden. Dat onze keus her en der wat verontwaardigde reacties zou oproepen was te verwachten. Zeker ook op het Utrechtforum. Bedenkelijk dat men daar meestal anoniem reageert. Anders zou men tekst en uitleg kunnen krijgen en en passant ook enkele feitelijke correcties. Ook Rotterdam was enigszins verzwakt, maar toch minder dan wij. Het ging afgelopen zaterdag dus voornamelijk om persoonlijke successen. Die waren er niet veel. We kunnen stellen dat we slechts een minderheid van het aantal partijen verloren hebben, maar zes remises is een schrale oogst. Van de 5 invallers kon weinig goed nieuws verwacht worden. Tijdens het eerste deel van de partij werd er nog goed tegenstand geboden en was het ratingverschil aan de stand op het bord niet te zien (met uitzondering van bord 10). In de tijdnoodfase ging het bij de meesten toch mis. Maurice van Mourik, Kiran Soerdjan en Huub Roeterink verloren langzaam de grip op de zaak en gingen vervolgens toch ten onder. Klaas Abma speelde een puike partij en hield zijn zenuwen wel in bedwang met remise als resultaat. Bij Bart Beijer liep het wat anders. Hij kwam vreselijk uit de opening. Toen van Arkel het niet goed deed (waarschijnlijk mede uit tijdgebrek door randstedelijke openbaar vervoer perikelen) stond er opeens een eindspel op het bord, waarin wit weliswaar de beste kansen had, maar de onze met de zwarten zorgvuldig keepte. Omdat een winstpoging ook risico's met zich zou brengen en de wedstrijd met remise in de zak zat werd daartoe besloten. Dan de vaste spelers. Milan Mostertmann
kwam geen moment in de partij en zou op eengegeven moment het liefste
opgeven. Maar ja, hij stond nog niets achter en ging dus nog even door.
Tevergeefs. De andere partijen in de top eindigden in remise. Erik
Hoeksema speelde tegen Rini Kuijf. Nou ja, speelde? Kuijf kwam later
binnen, keek om zich heen, merkte op dat de meesterklasse er niet
sterker op werd. Vervolgens werd na 11 zetten de vrede getekend. De rest
van de partijen duurden langer. Daan Brandenburg had wel initiatief ten
koste van een pion, maar kon er verder niet doorkomen. Iozefina Paulet
had een ingewikkelde partij (maar welke is dat niet?). Ze pakte een
pionnetje op b2, maar stond verder zo vast als een huis. Na grote
opruiming, met wisselende kansjes resteerde er een eindspel waarin
Iozefina vlak na de tijdnood nog een laatste kans kreeg op een iets
beter eindspel. Toen ze die niet greep was de remise duidelijk.
Tenslotte Roel Donker. Hij is de enige die duidelijk gewonnen heeft
gestaan. In tijdnood miste hij een paar tussenzetten, waarna het
voordeel grotendeels verdwenen was. Hij had nog wel de betere kansen,
maar het bleek niet voldoende meer voor de winst.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||